Het klinkt heel logisch, toch? Naarmate het klimaat opwarmt, zullen soorten zich naar het noorden verplaatsen, in een race om binnen de klimaatomstandigheden te blijven waarin ze kunnen overleven.
Die logica volgden wij ook, toen we een unieke dataset met langetermijnverschuivingen in de verspreiding van bosplanten onder de loep namen (wij = een internationaal consortium van wetenschappers, waaronder ondergetekende. De hele auteurslijst vind je in de link onderaan deze blog). We verwachtten een dominante noordwaartse migratie te vinden. Maar niks bleek minder waar… Boeiend, het leven van een wetenschapper!
Sterker nog, de werkelijke trends waren heel opvallend in een andere richting: bosplanten verplaatsten zich 2,6 keer vaker naar het westen dan naar het noorden. En dit was niet zomaar een toevalligheid—deze bevinding komt uit de ‘ForestREPlot’ database, die locaties met lange termijn monitoring van de bosondergroei in heel Europa samenbrengt. Een opmerkelijke dataset, die data van meer dan 3.000 plekken samenbrengt, onderzocht over periodes variërend van 13 tot 67 (!) jaar.

Figuur 1: we verwachtten dat soorten naar het noorden zouden migreren om het opwarmende klimaat te volgen. In theorie zouden de windrozen—die de verschuivingen van de soorten en het klimaat visualiseren—op elkaar afgestemd moeten zijn, waarbij soorten (links) de noordwaartse verschuiving van geschikte klimaten (rechts) volgen. Maar de werkelijkheid? Heel anders. In plaats van voornamelijk noordwaartse verschuivingen, weken de verspreidingsgebieden van soorten sterk af in westelijke richting.
De kracht van de ForestREPlot-database ligt in het vermogen om langetermijnveranderingen in soortenverspreiding bij te houden over decennia. Op zo’n termijn vinden grote, mondiale veranderingen plaats. Met deze dataset konden we een compleet nieuw beeld vormen van de plantenmigratie. We keken naar de verschuivingen van het zwaartepunt van de verspreiding, waar nieuwe kolonisatie plaatsvond, en waar soorten lokaal uitstierven. Dit toonde sterke veranderingen in soortverspreidingsgebieden aan. En de resultaten, nu gepubliceerd in Science, vertellen een duidelijk verhaal: noordwaartse bewegingen worden overschaduwd door deze opvallende westwaartse verschuiving.
Maar wat drijft deze onverwachte trend? Na het analyseren van verschillende mogelijke oorzaken, blijkt de belangrijkste oorzaak stikstofdepositie te zijn. Stikstofgeneralisten – soorten die zich niets aantrekken van de hoeveelheid stikstof in de bodem – breiden zich westwaarts uit, met name naar regio’s in West-Europa waar stikstofdepositie het sterkst is, zoals België en Nederland. Ook zwavelvervuiling door historische zure regen kan een gespeeld hebben, maar blijkt in de analyse secundair aan stikstof.

Een ontkiemende zaailing van de gewone esdoorn in een Belgisch bos – een van de ‘winnaars’ van de studie – die zijn verspreidingsgebied sterk uitbreidt (Foto: Jonas Lembrechts)
Hoe verrassend deze bevindingen ook mogen zijn, ze sluiten eigenlijk aan bij enkele recente inzichten over de relatie tussen planten en (micro)klimaat. Uit eerder onderzoek naar dit microklimaat (klimaat op hele kleine schaal, het klimaat dat de plant ervaart. Een plant kan bijvoorbeeld in de schaduw van een andere plant groeien. Daartegenover staat macro-klimaat, het klimaat op grote schaal zoals door weerstations gemeten), konden we al afleiden dat plantverplaatsingen niet per se de grote macroklimatologische trends weerspiegelen. Planten ervaren immers microklimaten—die niet dezelfde noordwaartse verschuivingen laten zien als macroklimaatdata suggereren. Deze buffering door microklimaten was een hoopvol signaal, dat aangaf dat planten misschien ter plekke nog geschikte refugia konen vinden om het veranderende klimaat te doorstaan. Maar deze nieuwe studie duwt ons met de neus op de feiten: al die grote mondiale veranderingen, veroorzaakt door de mens, interageren met elkaar. Hun impact op biodiversiteit kan net zo groot zijn—zo niet groter—dan die van klimaatverandering zelf.
Link naar artikel in Science
